Doneer

Het verhaal van leerling Volkan

Het verhaal van Volkan, 11 jaar. Leerling in groep 8 KC Rivierenwijk, Deventer. ‘Ik zou weleens een baas van een fabriek willen ontmoeten’

Je hebt nu een jaar het programma gevolgd, welke vakken kun je je nog herinneren?

‘Bijna alles weet ik nog. We gingen boomhutten bouwen, dat doe je met hout. Er was een architect en we leerden interviewen met de Rocket Boys (een audiovisueel collectief). Het was voor het vak Journalistiek, we gingen in de stad filmen op bijzondere plekken. We hebben ook mensen geïnterviewd in winkels, gevraagd van: hoe lang doet u dit werk? Interviewen is gewoon vragen stellen over hun leven.’

Hoe vind je het om mensen te interviewen?

‘Heel leuk, want dan weet je een beetje meer over ze. Bij Architectuur gingen we kijken hoe je huizen maakt, er kwam ook een vrouw die boomhutten maakt. Wij gingen een kartonnen boomhut maken, die staat nu bij mij thuis.’

 

‘Ik zou weleens een baas van een fabriek willen ontmoeten’
Volkan, 11 jaar Leerling in groep 8 KC Rivierenwijk, Deventer

Weet je zelf al wat je wilt worden als je later groot bent?

‘Ik wil automonteur worden, want dat doet mijn broer nu. Of iets met mensen, of toch architect, want mensen helpen met huizen lijkt me heel leuk. Je kunt dan ook een huis ontwerpen op je computer. Mijn droomhuis is een huis op zijn kop, met het dak op de grond. Maar binnen loop je gewoon rechtop. Er is ook een computer voor mijn baan als architect en een grote kluis voor mijn geld, en een keuken enzo. En ik heb er dan ook een hamster, een konijn en een kat. In de tuin maak ik een voetbalveld.’

Welke gastdocent vond je leuk?

‘Touzani was niet in onze klas, maar hij was wel op onze school en we gingen met hem op de foto. Hij is geen voetballer geworden door zijn rug, maar ik vind het heel knap hoe hij toch verder is gegaan met zijn toekomst. En de architect was ook heel leuk.’

Welk beroep zou je nog eens in de klas willen?

‘Alles is wel leuk, maar een baas zou ik nog wel erbij willen. Een sportieve baas kan ook, dat is dan een sporter. Maar de baas van een fabriek bijvoorbeeld, die zou ik wel eens willen ontmoeten. Mijn moeder en vader werken in een fabriek. Ik zou dan vragen waarom ze ermee begonnen zijn.’