fbpx
020 – 280 17 00 EN

Waar droomde je vroeger van?

Het is vanaf 6 tot en met 17 oktober Kinderboekenweek 2021. Het thema van dit jaar is: ‘worden wat je wil.’ Een thema dat bij Stichting IMC Weekendschool past en waar we graag extra aandacht voor vragen. Daarom vragen we medewerkers van Stichting IMC Weekendschool ‘Waar droomde je vroeger van?’ Hun antwoorden vertellen waar zij vroeger van droomden en waar zij zijn terecht gekomen.

 

 

Thijs Kolster – Teamleider Communicatie & PR

‘Profvoetballer. Natuurlijk droomde ik als jongetje van negen jaar van een leven als profvoetballer. Spelen in een uitverkocht stadion. Winnen. Ik speelde in een team met enkele hele goede voetballers en wist al vroeg dat zij een kans hadden maar ik niet. Dat maakte voetballen niet minder leuk en mij niet minder fanatiek, maar ik zag hen naar de jeugdopleidingen van Feyenoord, Sparta en Excelsior vertrekken. Van jongs af aan had ik iets met taal. Ik herinner me nog de plakboeken die we op vakanties maakten. Links mocht je een verhaal schrijven en rechts wat knutselen. Dat knutselen geloofde ik wel, de schrijfpagina kreeg alle aandacht. Nog niet zo lang geleden kwam ik bij het opruimen van onze opslag een grote doos tegen waarin alles, maar dan ook werkelijk alles, verzameld was dat ik ooit heb geschreven. Van interviews met generaals tijdens mijn diensttijd tot columns in een dagblad toen ik voorlichter was. Maar het meest dierbaar zijn mijn notitieboekjes die ik door de jaren heen heb volgeschreven met teksten, gedichten, ideeën voor verhalen, gedachten en overpeinzingen. Toen ik die weer doorbladerde las ik mijn leven, mijn groei, mijn dalen, mijn geworstel, mijn geluk. Dat deed me meer dan die grote stapel aan verschoten magazines en krantenknipsels. Mijn schrijfsels toonde mij wie ik was geworden en dat schrijven iets van mij is. Niets groots maar wel van mij. Ik ben nu 56 jaar, stond afgelopen week met mijn vrijdagavondvoetbalmannen nog op een voetbalveld in de regen op Texel en schrijf nog steeds met veel plezier voor en over van alles. En weet je: ik droom nog steeds over wat ik zou kunnen worden als ik echt groot ben. Omdat ik denk dat dromen niet hoeven uit te komen maar je wel inspireren om wegen te gaan.

 

Eva Faber – Relatiebeheer overheden

‘Vroeger was iedereen ervan overtuigd dat ik directrice zou worden van een kindertehuis. Ik was directief en ondernemend. Ik organiseerde theater voorstellingen in de speeltuin, verkocht jam en andere producten langs de weg, bakte pannenkoeken en zette een bord buiten; pannenkoeken restaurant, kom binnen! Daarna besloot ik dat ik de kwaliteiten toch liever in zou willen zetten voor de film. Ik zou regisseuse worden en regisseerde een film voor mijn eindwerkstuk op de middelbare school. Uiteindelijk deed ik de ‘vooropleiding’ van de filmacademie, vond daar mijn man en besloot dat regisseuse worden toch niet mijn roeping was.
Vervolgens studeerde ik CMV, leerde om mensen te verbinden en voelde me als een vis in het water. Bij het vak Educatie sloegen al mijn stoppen door. Dit was wat ik wilde doen. Een verschil maken in de jonge levens van kinderen en jongeren. Hen leren dat ze het WEL kunnen. Ik heb mijn hele leven een moeilijke relatie gehad met leren. Ik wilde heel graag maar kon het lang niet. Ik kreeg praktijkschool advies na mijn cito en had een monsterlijke relatie met reken en later wiskunde. Daardoor geloofde ik heel lang dat ik dom was en niets kon. Nu studeer ik voor docent Maatschappijleer docent en werk ik bij IMC Weekendschool. Ik ben erachter gekomen dat ik het WEL kan. Dat ik ondernemend ben en een doorzetter en dat waar ik mijn zinnen op zet kan realiseren. Bij Stichting IMC Weekendschool heb ik mezelf voor eens en altijd bewezen heb dat ik niet dom ben en de wereld wat te bieden heb. Wat ik uiteindelijk word: hopelijk de oprichter van een eigen basisschool. Een school waarin ruimte is voor elk soort en type kind. Waarin een kind mag zijn wie hij of zij wil zijn.’

 

Rob van Belkum – Coordinator programma IMC Basis 
Wat ik vroeger wilde worden? Gitarist! Prachtig en fascinerend dat geluid uit een “houten kastje”. 6 jaar was ik toen ik van mijn oma een kindermaat gitaar kreeg. En mijn ouders lieten me vervolgens naar een muziekschool gaan. “Wel iedere dag oefenen, Rob! Die lessen zijn hartstikke duur, zo zeiden ze.” Maar dat oefenen werd een strijd. Waarom? Omdat ik noten moest leren. En ik wilde liedjes spelen. Liedjes die ik kende. En zo zat ik iedere dag tenminste 20 minuten op mijn kamer om van alles te doen, behalve gitaar spelen. Na een jaar stopte de lessen. Mijn ouders hadden voor een jaar betaald. Dat haalde niets uit. Meerdere malen in mijn leven heb ik het gitaar spelen weer opgepakt. Want dat instrument blijft aan me trekken. Waar ik me in andere zaken vast kan bijten in iets tot ik het kan, lukt het me tot op de dag van vandaag niet om zo gitaar te spelen als ik dat zou willen kunnen. Afgelopen zaterdag ging ik met een vriendin naar een jam sessie avond in Amsterdam. Gepassioneerde muzikanten verzamelden zich daar om samen muziek te maken. Die vriendin van me is zangeres en stond een heerlijk potje te rocken. Fantastisch! Ze speelde o.a. samen met een 71- jarige man. Na hun “jam” maakte ik een praatje met hem en vertelde dat ik zo jaloers was op hem. Dat het me heerlijk lijkt zo te rocken. Wat blijkt, hij speelt pas sinds 3 jaar (basgitaar). “Ook jij kan dat”, zo verzekerde hij me. Ik denk dat ik toch maar weer die gitaar moet oppakken. Misschien word ik wel wat ik later worden wil!

Blijf verbonden

Onze hoofdsponsoren